Ik ben te groot voor Pasen

Toen mijn dochter nog een kleuter was dacht ik wel eens: “Hoe lang ga ik ’s nachts moeten opstaan om rond te huppelen in de tuin met mijn mandje vol eieren?”. Nu de Paashaas hier een saai fabeldier is geworden mis ik die vroege uurtje in de tuin. Zes jaar had ik de eer, maar nu is het voorbij.

Naar jaarlijkse gewoonte werden hier ’s nachts de paaseitjes verborgen in huis. Dochterlief weet ondertussen al een tijdje dat de Paashaas eigenlijk haar mama is, dus kunnen we ons de moeite besparen ’s morgens vroeg op te staan om de eitjes in de tuin te verbergen. We verbergen ze ’s avonds in huis en kunnen dan lekker lang uitslapen op Paaszondag.

Bij het ontwaken gaat ze systematisch op zoek naar haar kleine stoeltje om aan de salontafel te ontbijten. Die ochtend stond er een mandje op haar stoeltje en ze kon haar verbazing niet verbergen. “Mama, waarom staat dat mandje op mijn stoel?”, vroeg ze aarzelend. Ik voelde dat ze het ergens wel verwachtte, maar niet durfde uitspreken. “Ik denk dat je met dat mandje op wandel moet door huis.”, liet ik haar met een knipoog weten.

Een paar minuten later was haar mandje gevuld. Er was een groot verschil met vorig jaar. De uitbundige kindervreugde was verdwenen, de eerste eitjes waren leuk, maar daarna vervulde haar lichaampje zich met een sfeer van ‘dit is saai’. Een nieuwe fase breekt dus aan, mama moet haar kleine meid loslaten en beseffen dat het magische aspect van het feest is verdwenen.

Vorig jaar kwam ze voor het eerst met de vraag: “Mama, bestaat Sinterklaas?”. Je weet dat het niet de bedoeling is je kind dom te houden en je wil ook niet dat ze op school bij hoog en laag blijven beweren dat hij echt is. “De Sint heeft ooit bestaan lieve meid, nu verkleden andere mensen zich om hem te herdenken.”, zei ik toen aarzelend. Toen zag ik het al, ze was opgelucht dat ik eerlijk was, maar ook ontgoocheld dat hij niet echt was. Opgroeien doet soms pijn, denk ik dan.

Toen ik haar liet weten dat ze vandaag met haar vriendinnetje Paaseieren mocht gaan zoeken in het centrum van de gemeente kreeg ik een volgende koude douche over me heen. “Mama, dat is belachelijk, wij willen dat niet doen.”, zei ze met een bedrukt gezicht. Ik probeerde haar nog even te overtuigen, maar besefte al snel dat het geen zin had. Vorige week had een meisje op school laten weten dat paaseieren rapen belachelijk was en de ganse klas had zich blijkbaar al genesteld in die waarheid.

Ik heb er wat moeite mee, wou dat ze tegen de stroom inging en verder genoot van deze activiteiten. De meeste kinderen uit de klas zijn er als de dood voor om gepest te worden. Een aantal kinderen zijn reeds kop van jut geweest en nu is iedereen bang de volgende te zijn. Ze willen allemaal grappig, tof en interessant zijn, niet saai, belachelijk of raar.

Pasen is nu pas cool wanneer ze na afloop op school kunnen vertellen wat ze gedaan hebben. Het liefst iets met prestige zoals skiën. Als mama vind ik het soms best moeilijk om weerstand te bieden. Je wil het beste voor je kindje, je wil zeker en vast voorkomen dat ze gepest of genegeerd worden, maar je wil ook grenzen trekken. Pasen is hier een gebeurtenis die gepaard gaat met kermis in het dorp. Samen met haar vriendinnetje beleefde ze een topdag waar ze na de vakantie zeker zullen over vertellen…

Volgend jaar probeer ik misschien net als Naomi een volwassene een plezier te doen:



Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen